Wanhopige NGO's

di 28 apr 2026 - 10:29

Sabotage-acties van Greenpeace in de VS leidden tot astronomische boetes. De wanhopige NGO legt de zaak nu voor aan een Nederlandse rechtbank.

(Artikel door Pieter Cleppe, ondervoorzitter van Libera! en hoofdredacteur van BrusselsReport.eu, zoals oorspronkelijk gepubliceerd op Opinie-Z op 29 april 2026.)

Eerder deze maand stonden Greenpeace en het Amerikaanse bedrijf Energy Transfer tegenover elkaar in de rechtbank van Amsterdam. De groene NGO probeert via de Nederlandse rechter een Amerikaanse rechterlijke uitspraak aan te vechten waarbij het veroordeeld werd tot de betaling van een boete ter grootte van 345 miljoen dollar. Dat laatste zou voor de links-activistische NGO naar eigen zeggen tot een faillissement kunnen leiden.

In februari veroordeelde een rechter in de Amerikaanse staat North Dakota Greempeace tot het betalen van 345 miljoen dollar aan Energy Transfer, het Amerikaanse bedrijf dat de Dakota Access Pipeline aanlegde. Dat is een 1.900 kilometer lange pijpleiding die door Energy Transfer op een kilometer van inheems gebied werd geplaatst. Greenpeace werd schuldig bevonden aan laster, sabotage, huisvredebreuk en het opzettelijk verstoren van de bedrijfsvoering van het bedrijf. Het vonnis volgde een uitspraak van oktober 2025, waarbij een rechter de schadevergoeding van 667 miljoen dollar die een jury in 2025 aan Energy Transfer had toegekend, met bijna de helft verminderde tot 345 miljoen dollar.

Dreiging met geweld

Ondanks deze reeks juridische nederlagen blijft Greenpeace volhouden dat het niet meer deed dan een petitie organiseren samen met een paar honderd andere organisaties. Dat zou dan toch niet bepaald de huisstijl zijn. In 2023 dreigde de NGO nog openlijk met geweld in Nederland. Samen met de fanatiekelingen van Extinction Rebellion Nederland stelde het toen “een ultimatum” aan Rabobank: “Stop met het financieren van de industriële landbouw en vergoed de schade die is aangericht. Als Rabobank niet binnen 15 dagen toezegt volgen er kantoorsluitingen door het hele land.”

Misbruik EU-wetgeving?

Tegen de beslissing van een jury in de V.S. en verschillende Amerikaanse rechtbanken probeert Greenpeace dus nu in Nederland te ageren, en wel op basis van   EU-wetgeving uit 2024, die beoogt om frivole rechtszaken aan banden te leggen die als doel hebben om burgerprotest te intimideren. Op 16 april vond hierover een zitting plaats in Amsterdam.

Greenpeace is naar verluidt de eerste organisatie die gebruik maakt van zogeheten Europese SLAPP – richtlijn, wat verwijst naar “Strategic Lawsuits Against Public Participation”. De komende weken gaat de Nederlandse rechtbank nu dus onderzoeken of deze bevoegd is om hierover te oordelen. De uitspraak hierover zal op 3 juni 2026 plaatsvinden. Volgens Justin Lindeboom, universitair hoofddocent Europese Recht aan RUG is het belangrijk dat het hier  om een uitspraak van een rechtbank in een soeverein land.” Dat niet erkennen als Nederlandse rechter ligt volgens hem “politiek en juridisch behoorlijk gevoelig.”

Daarbovenop is het ook maar de vraag of Greenpeace zich kan beroepen op de Europese richtlijn. Frivole “SLAPP” – rechtszaken ter intimidatie zijn inderdaad een probleem, maar Greenpeace heeft wel al in de rechtszaal keer op keer het deksel op de neus gekregen. Of Greenpeace financieel zwak staat wordt trouwens ook door de advocaat van de tegenpartij betwist. Die beweert dat de NGO vorig jaar nog “honderd miljoen” op de rekening had staan.

Milieu-extremisme

Michael McKenna, columnist bij The Washington Times, waarschuwt dat als Greenpeace in Nederland bij de rechter zijn zin krijgt, dit in feite zou neerkomen op “Europese rechtbanken die vonnissen van Amerikaanse jury’s en Amerikaanse rechters nietig verklaren”. Hij geeft daarbij ook wat meer achtergrond over de nederlaag van Greenpeace in het Amerikaanse juridische geding:

“Tijdens dat proces kreeg de jury overtuigend bewijs te zien dat Greenpeace professionele demonstranten naar de streek had gestuurd, hen van uitrusting had voorzien en vervolgens had geholpen bij het trainen van andere demonstranten ter plaatse. Greenpeace betaalde ook voor de systemen waarmee demonstranten zich aan bouwmachines konden vastbinden.

In de maanden die volgden, begingen demonstranten gewelddadige handelingen, vandalisme en brandstichting in hun pogingen om de aanleg van de pijpleiding te verhinderen. Greenpeace verspreidde ook – laten we het mild uitdrukken en het onnauwkeurig noemen – informatie over het bedrijf en zijn project, waarbij ten onrechte werd beweerd dat de pijpleiding het heilige stamgebied van de Standing Rock Sioux-stam zou doorkruisen. (…)

In zijn Europese rechtszaak biedt Greenpeace geen nieuw bewijs om de bevindingen te betwisten van de jury in North Dakota, die wekenlang getuigenissen van deskundigen heeft gehoord en het bewijsmateriaal heeft bestudeerd. In plaats daarvan zoekt de organisatie een rechterlijke instantie die waarschijnlijk een gunstiger oordeel zal vellen over dit soort van milieu-extremisme.”

Effect op Amerikaanse investeringen in EU

Wat als Greenpeace toch zijn gelijk zou halen in Nederland? In een opiniestuk voor Bloomberg Law benadrukt de Amerikaanse advocaat Charles B. Meyer dat “de daaruit voortvloeiende onzekerheid (…) een afschrikwekkend signaal zou afgeven aan Amerikaanse bedrijven die in Europa actief zijn en de stabiliteit van belangrijke handelsovereenkomsten in gevaar zou brengen – met name het energiepact tussen de VS en de EU ter waarde van 750 miljard dollar, waarbij Europa zich heeft verbonden tot de invoer van Amerikaans vloeibaar aardgas. Die overeenkomst is meer dan alleen economisch – het is een strategische heroriëntatie die bedoeld is om de afhankelijkheid van Europa van Russische energie te verminderen en de trans-Atlantische banden te versterken.”

Waarom Nederlandse rechtbank?

Dat Greenpeace specifiek een Nederlandse rechtbank uitkoos is volgens Meyer ook opmerkelijk omwille van de volgende reden: “Ulrich Huber, een 17e-eeuwse Nederlandse jurist, ontwikkelde het concept van comitas gentium – de beleefdheid tussen naties – als de basis van het internationaal privaatrecht. Huber stelde dat buitenlandse vonnissen moeten worden nageleefd, tenzij dit de soevereiniteit van de staat of de rechten van burgers zou ondermijnen. Niets aan het vonnis in North Dakota voldoet aan die uitzondering.”

In oktober 2025 publiceerde de Financial Times een artikel met als titel: “Europa is een risicovolle plek geworden voor groene claims van bedrijven”, nadat een rechtbank in Parijs TotalEnergies schuldig had bevonden aan “misleidende handelspraktijken” omwille van het feit dat het bedrijf had gecommuniceerd dat het een “belangrijke speler in de energietransitie” zou zijn. Ook deze rechtszaak was aangespannen door verschillende non-profitorganisaties.

Greenwashing

De krant merkte op dat “het vonnis bijzonder opvallend is omdat TotalEnergies veel zwaarder in groene sectoren heeft geïnvesteerd dan de meeste van zijn collega’s in de olie- en gassector, met 4,8 miljard dollar aan kapitaaluitgaven voor koolstofarme energie vorig jaar.” Volgens de FT “is de zaak een belangrijke weerspiegeling van de verscherpte wettelijke beperkingen in de EU rond groene claims van bedrijven, in navolging van recente greenwashing-uitspraken tegen luchtvaartmaatschappijen KLM en Lufthansa.” De krant voegt daaraan toe dat “het vonnis herhaaldelijk verwees naar EU-wetgeving die vorig jaar werd aangenomen, die het maken van bepaalde beweringen over milieuvriendelijkheid (green claims) verbood wanneer die niet werden onderbouwd door “duidelijke, objectieve, openbaar beschikbare en verifieerbare toezeggingen en doelstellingen”.

De Europese Commissie wilde nog verder gaan met regelgeving inzake green claims en bedrijven dwingen om duurzaamheidsgerelateerde communicatie ter goedkeuring in te dienen voordat deze aan consumenten konden worden gepubliceerd. Gelukkig werd dat idee afgelopen juni ingetrokken na protest over bureaucratische bemoeizucht. Om van de bedreiging voor vrijheid van meningsuiting nog maar te zwijgen.