Von der Leyen moet opstappen

wo 3 jun 2026 - 00:09

De kritiek op Ursula von der Leyen groeit, ook buiten conservatieve hoek. Onder haar leiding reguleert en centraliseert de EU meer en meer, en verliest ze economische slagkracht. Brussel dreigt zichzelf vast te rijden.

(Artikel door Pieter Cleppe, ondervoorzitter van Libera! en hoofdredacteur van BrusselsReport.eu, zoals oorspronkelijk gepubliceerd op 21News.be op 26 mei 2026.)

Recent komt er steeds meer kritiek op Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen. Niet alleen was er voormalig Europees Raadsvoorzitter Charles Michel, die stelde dat ze haar mandaat “autoritair” invulde. Ook Suzanne Lynch, de EU-correspondent van het gezaghebbende persagentschap Bloomberg, verwijt haar in een commentaarstuk een “machtsgreep” en “micromanagement”.

Von der Leyen is al lang kop van jut bij het steeds groter wordende rechts-conservatieve deel van het Europees Parlement. De voornaamste reden daarvoor is haar peperdure “Green Deal”-beleid, maar ook haar verzet tegen fundamentele verandering in het Europese migratiebeleid. De laatste tijd zien we in dat laatste wel een kentering op EU-niveau, maar dat is eerder ondanks dan dankzij von der Leyen.

Het afscheidsgeschenk van Angela Merkel

De benoeming van de politica in 2019 tot Commissievoorzitter is het bedenkelijke afscheidsgeschenk van Angela Merkel, die zestien jaar Duits bondskanselier was, aan Europa. Daarmee promoveerde Merkel een van haar minst populaire ministers weg naar Brussel. Net zoals Merkel, die migratiechaos toeliet, kerncentrales sloot en meer Europese centralisatie nastreefde, is von der Leyen eigenlijk links. Dat is geen misdrijf, maar het is natuurlijk wel problematisch aangezien ze zogezegd uit een centrumrechtse politieke partij komt.

Dat blijkt trouwens ook uit de keuze van haar speechschrijvers. Naast een voormalige socialistische EP-adviseur zit daar zelfs de voormalige rechterhand van Robert Habeck bij, de voormalige Duitse Groene minister van Economie en vicekanselier. 

Het mag dan ook niet verbazen dat von der Leyen zich de afgelopen jaren met hand en tand heeft verzet tegen de verlaging of schorsing van het Europese emissiehandelssysteem ETS, een feitelijke klimaatbelasting die energie nog duurder maakt dan ze al is voor de Europese energie-intensieve industrie. Zeker in Duitsland heeft de chemische industrie hier zwaar onder te lijden.

Industrie betaalt de prijs

Markus Kamieth, de CEO van de Duitse chemiereus BASF en het grootste chemiebedrijf ter wereld, noemde ETS in februari “achterhaald”. Zijn bedrijf betaalt volgens hem nu al “honderden miljoenen” per jaar aan CO2-certificaten, “en de volgende jaren zal het nog dramatisch meer worden als het ETS niet veranderd en hervormd wordt. (…) We staan voor de cruciale keuze: behouden we onze industriële basis in Europa en laten we die transformeren naar een klimaatneutrale industrie? Dan moeten we inderdaad de energie- en klimaatkosten beheersen en sneller vergunningen kunnen krijgen voor nieuwe projecten.”

“Europa heeft zijn uitstoot geëxporteerd”

Jim Ratcliffe, de CEO van het Britse chemiebedrijf Ineos, wil de Europese CO2-taks vijf jaar opschorten. Het Verenigd Koninkrijk blijft het Europese klimaatbeleid tot op de dag van vandaag grotendeels volgen, ondanks de Brexit, en Ineos is ook actief in de EU. “Europa heeft zijn uitstoot niet verminderd maar geëxporteerd”, zegt Ratcliffe. “De productie is verhuisd naar de VS en China, waar de koolstofintensiteit veel hoger is.”

Het kan von der Leyen allemaal weinig deren. De Europese regeringsleiders vroegen haar instelling in maart om hier iets aan te doen, maar de Europese Commissie kwam tot dusver enkel op de proppen met enkele beperkte maatregelen om de ETS-prijs wat te doen zakken. Net na de aankondiging begin april steeg de marktprijs van ETS immers, wat aangeeft dat traders verdergaande maatregelen hadden verwacht. 

Daarbovenop komt de Europese Commissie met een nieuw “decarboniseringsfonds” van wel 30 miljard euro, deels gefinancierd met de ETS-opbrengsten. Het is werkelijk hopeloos. Zelfs bij beleid dat bedoeld is om de competitiviteit te versterken, komen von der Leyen en haar Europese Commissie met nog meer uitgaven op de proppen.

Brussel reguleert zich kapot

Dat von der Leyen nu ook kritiek krijgt van mainstreamfiguren en niet enkel van klassiek-liberalen en rechts-conservatieven, is veelzeggend. Het geeft aan hoe onverantwoordelijk het was om haar te benoemen. De Europese Commissie is namelijk een enorm machtige instelling.

De instelling heeft niet enkel het monopolie om wetgeving voor te stellen voor bijna 450 miljoen mensen, of zelfs veel meer als we rekening houden met het “Brussels effect”, waarbij niet-Europese industrieën vrijwillig EU-normen overnemen. Zij speelt ook een belangrijke rol nadat haar voorstellen zijn gepubliceerd, tijdens het wetgevingsproces, door in de onderhandelingen, de “trilogen”, tussen de EU-lidstaten en het Europees Parlement te “bemiddelen”.

Tot slot heeft de Europese Commissie ook nadat EU-wetgeving is aangenomen grote invloed op de uitvoeringsmaatregelen voor die wetgeving, aangezien Commissie-ambtenaren voorzitter zijn van “comitologiecomités” met nationale regeringsvertegenwoordigers die tot taak hebben over die maatregelen te beslissen. Volgens een Nederlands doctoraal onderzoek wordt bijna 50 procent van de inhoud van Europese wetgeving in die fase bepaald.

De onzichtbare macht van Brussel

Een grootschalig onderzoek, uitgevoerd door mijn voormalige denktank Open Europe, concludeerde dat de impact van EU-wetgeving goed is voor ongeveer twee derde van alle wetgeving in de EU. Ondanks deze grote macht laat het besluitvormingsproces van de Europese Commissie vaak te wensen over. 

Niet alleen worden veel voorstellen nog steeds aangenomen zonder effectbeoordeling, soms wordt er ook onvoldoende rekening gehouden met wetenschappelijke overwegingen. Een analyse van de denktank ECIPE merkt op dat zelfs wanneer er effectbeoordelingen zijn, “indirecte en langetermijnkosten vaak worden verwaarloosd, gemarginaliseerd of volledig genegeerd”.

Regels zonder rem

Met von der Leyen aan het hoofd van de Europese Commissie nam de regeldruk enorm toe. In 2023 concludeerde de Duitse Raad voor Regelgevingscontrole dat alleen al de nieuwe EU-regelgeving die tijdens de pandemie werd uitgevaardigd, een jaarlijkse nalevingskost van 550 miljoen euro veroorzaakte.

In von der Leyens tweede termijn, die in 2024 begon, lijkt er niet veel beterschap te zijn, ook al werd er met een zogenaamde vereenvoudigingsoperatie gestart. Begin dit jaar publiceerde de Duitse krant Die Welt een artikel over het palmares van de Europese Commissie op het vlak van deregulering. 

De krant merkte daarbij op dat er, ondanks alle retoriek, “onder Ursula von der Leyen in 2025 zelfs meer nieuwe wetgevingsbesluiten waren dan in voorgaande jaren”. Daarbij werd een nog niet gepubliceerd onderzoek van de Duitse sectorfederatie Gesamtmetall onder de aandacht gebracht:

“In 2025 heeft de instelling (…) 1.456 wetgevingsbesluiten geïnitieerd, meer dan ooit sinds 2010. (…) Volgens de studie stelde de Commissie 21 richtlijnen en 102 verordeningen voor, en vaardigde zij 137 gedelegeerde handelingen en 1.196 uitvoeringshandelingen uit, hoewel von der Leyen voor vorig jaar een ‘ongekende’ vermindering van de regelgeving had aangekondigd. Zelfs tijdens de eerste ambtstermijn van de CDU-politica, van 2019 tot 2024, waren er aanzienlijk meer wetgevingsbesluiten dan onder haar twee voorgangers.”

De regeldrift stopt niet

De eerste ambtstermijn van von der Leyen, tussen 2019 en 2024, stond in het teken van de “Green Deal”, een lawine van EU-regelgeving die op bedrijven werd losgelaten. Dat de situatie in 2025 zelfs nog verslechterde, spreekt boekdelen. De Europese Commissie lijkt onder haar leiderschap volledig losgeslagen.

Als er dan nog tegelijk vooruitgang zou zijn op het vlak van het wegwerken van handelsbarrières in Europa, zou men dit nog enigszins kunnen rechtvaardigen. Helaas is er, aldus opnieuw Suzanne Lynch, de EU-correspondent van Bloomberg, “nauwelijks vooruitgang geboekt bij het verdiepen van de interne markt of het versterken van het concurrentievermogen van de EU, een van ’s werelds grootste handelsblokken, maar een blok dat moeite heeft om gelijke tred te houden met de VS en China”.

Lynch citeert daarbij ook Roger Dassen, CFO van ASML, het Nederlandse bedrijf dat als producent van halfgeleidermachines absoluut cruciaal is voor de wereldeconomie. Die noemde het een “belangrijk alarmsignaal voor de industrie” dat ASML, het meest waardevolle bedrijf van Europa, slechts 1 procent van zijn omzet uit Europa haalt.

Zelfs innovatie raakt verstikt

De AI-wet, Europese regelgeving voor artificiële intelligentie waarmee de EU onder von der Leyen op de proppen kwam in 2023, speelt in dat opzicht een kwalijke rol. Zij moet alweer herzien worden om de wetgeving “eenvoudiger” en “innovatievriendelijker” te maken. 

Nochtans gaf de Franse president Emmanuel Macron toen openlijke kritiek op de wet. Hij zei: “We kunnen besluiten om veel sneller en veel sterker te reguleren dan onze grote concurrenten, maar we reguleren dan dingen die we niet langer zullen produceren of uitvinden. Dat is nooit een goed idee.”

Het geeft aan hoe machtig de Europese regelgevingsmachine is geworden als zelfs de Franse president er niet tegenop kan. Von der Leyen vervangen is zeker niet voldoende om hier iets aan te doen, maar het is wel de noodzakelijke eerste stap.

Tijd voor een Europese schoonmaak

Eens dit zover is, kan meteen ook de leidende twintig procent topambtenaren van de Europese Commissie een ontslagbrief ontvangen, waarbij enkel diegenen opnieuw worden aangenomen die zich inschrijven in het verhaal van een Europese Unie die zich beperkt tot het openmaken van de handel tussen de lidstaten en met de rest van de wereld. 

Naast een afschaffing van de talloze Europese agentschappen en de ambtenarij moet dan ook het nationale vetorecht over alle Europese beleidsbeslissingen worden hersteld. Misschien kan dit zelfs via een eenvoudige belofte door de lidstaten, zonder verdragswijziging, zoals men in de jaren 1960 ook aan Frankrijk beloofde. Dit alles is misschien een onrealistische hervorming van de Europese technocratie, maar meer en meer wordt duidelijk dat de kost om dit niet te doen alsmaar oploopt.